"adjectief" vertalen - Duits

NL

"adjectief" in het Duits

NL

adjectief {het}

volume_up
1. grammatica
adjectief
Mijn echtgenoot heeft de [nationaliteit - adjectief] nationaliteit.
Mein Ehepartner ist [Nationalitäts-Adjektiv].
Ik zou graag de [land - adjectief] nationaliteit aanvragen.
Ich möchte die [Landes-Adjektiv] Staatsangehörigkeit beantragen.

Voorbeeldzinnen voor "adjectief" in het Duits

Deze zinnen komen van externe bronnen en zijn misschien niet nauwkeurig. Bab.la is niet verantwoordelijk voor deze inhoud.

DutchIk zou graag de [land - adjectief] nationaliteit aanvragen.
Ich möchte die [Landes-Adjektiv] Staatsangehörigkeit beantragen.
DutchMijn echtgenoot heeft de [nationaliteit - adjectief] nationaliteit.