"roughly speaking" in het Nederlands

EN

"roughly speaking" - vertaling Nederlands

EN

roughly speaking {bijwoord}

volume_up
It can go to the end of the century, roughly speaking.
De termijn kan wel worden opgetrokken tot ongeveer het einde van deze eeuw.
If you take a close look, then roughly speaking, Russia is slightly ahead of Morocco in terms of budgetary importance, which cannot be right to my mind.
Als je het goed bekijkt dan komt Rusland in de begroting ongeveer overeen met iets belangrijker dan Marokko en dat klopt denk ik niet.
roughly speaking (ook: by and large)
roughly speaking (ook: roughly)
Well, I think it's about four steps, roughly speaking, starting with posing the right question.
Volgens mij gaat het ruwweg om een viertal stappen. ~~~ Het begint met de juiste vraag stellen.

Voorbeeldzinnen voor "roughly speaking" in het Nederlands

Deze zinnen komen van externe bronnen en zijn misschien niet nauwkeurig. Bab.la is niet verantwoordelijk voor deze inhoud.

EnglishWe have now been speaking for roughly five minutes about a question which has already been adopted.
Wij hebben nu al ongeveer vijf minuten besteed aan een zaak, die al aangenomen was.
EnglishWell, I think it's about four steps, roughly speaking, starting with posing the right question.
Volgens mij gaat het ruwweg om een viertal stappen. ~~~ Het begint met de juiste vraag stellen.
EnglishIt can go to the end of the century, roughly speaking.
De termijn kan wel worden opgetrokken tot ongeveer het einde van deze eeuw.
EnglishIf you take a close look, then roughly speaking, Russia is slightly ahead of Morocco in terms of budgetary importance, which cannot be right to my mind.
Als je het goed bekijkt dan komt Rusland in de begroting ongeveer overeen met iets belangrijker dan Marokko en dat klopt denk ik niet.

Vergelijkbare vertalingen voor "roughly speaking" in Nederlands

speaking zelfstandig naamwoord
speaking bijvoeglijk naamwoord
roughly bijwoord
broadly speaking
figuratively speaking
technically speaking bijwoord
fear of public speaking zelfstandig naamwoord
in a manner of speaking