DE

durch {voorzetsel}

volume_up
durch (ook: bis zu, von, über, bei, an, auf, auf, am, neben)
durch (ook: von, über)
durch (ook: zu, bei, an, auf, am, neben, nächst, zur)
Unsere Gedanken begleiten Dich und Deine Familie durch die schwere Zeit des Verlustes.
Onze gedachten zijn bij jou en jouw familie tijdens deze moeilijke dagen van verlies.
durch (ook: bei, nahe, am, neben)

Voorbeeldzinnen voor "durch" in het Nederlands

Deze zinnen komen van externe bronnen en zijn misschien niet nauwkeurig. Bab.la is niet verantwoordelijk voor deze inhoud.

GermanUnsere Gedanken begleiten Dich und Deine Familie durch die schwere Zeit des Verlustes.
Onze gedachten zijn bij jou en jouw familie tijdens deze moeilijke dagen van verlies.
GermanIch hätte mein Fleisch gern roh/medium/durch.
Ik wil mijn vlees graag rood/medium/doorbakken.
GermanDas ist nicht ordentlich durch.