"betrunken" in het Nederlands

DE

"betrunken" - vertaling Nederlands

DE

betrunken {bijvoeglijk naamwoord}

volume_up
betrunken
volume_up
teut {bn.} [spreek.]
betrunken (ook: angeheitert)
betrunken (ook: trunken)

Synoniemen (Duits) voor "betrunken":

betrunken
betrunken machen