Werkwoord "verwijzen" - Nederlandse werkwoorden

Conjugation of have (Export PDF)

nederlandsWerkwoord "verwijzen"

infinitief
nederlands
  • verwijzen
onvoltooid verleden tijd
nederlands
  • verwees
voltooid deelwoord
nederlands
  • verwezen

Aantonende wijs

onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

ik
verwijs
jij/u (je)
verwijst
hij/zij/het
verwijst
wij (we)
verwijzen
jullie
verwijzen
zij (ze)
verwijzen

voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

ik
heb verwezen
jij/u (je)
hebt verwezen
hij/zij/het
heeft verwezen
wij (we)
hebben verwezen
jullie
hebben verwezen
zij (ze)
hebben verwezen

onvoltooid verleden tijd (ovt)

ik
verwees
jij/u (je)
verwees
hij/zij/het
verwees
wij (we)
verwezen
jullie
verwezen
zij (ze)
verwezen

voltooid verleden tijd (vvt)

ik
had verwezen
jij/u (je)
had verwezen
hij/zij/het
had verwezen
wij (we)
hadden verwezen
jullie
hadden verwezen
zij (ze)
hadden verwezen

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

ik
zal verwijzen
jij/u (je)
zult verwijzen
hij/zij/het
zal verwijzen
wij (we)
zullen verwijzen
jullie
zullen verwijzen
zij (ze)
zullen verwijzen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

ik
zal verwezen hebben
jij/u (je)
zult verwezen hebben
hij/zij/het
zal verwezen hebben
wij (we)
zullen verwezen hebben
jullie
zullen verwezen hebben
zij (ze)
zullen verwezen hebben

Vind de meest gebruikte werkwoorden in Nederlands.