Werkwoord "verdienen" - Nederlandse werkwoorden

Conjugation of have (Export PDF)

nederlandsWerkwoord "verdienen"

infinitief
nederlands
  • verdienen
onvoltooid verleden tijd
nederlands
  • verdiende
voltooid deelwoord
nederlands
  • verdiend

Aantonende wijs

onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

ik
verdien
jij/u (je)
verdient
hij/zij/het
verdient
wij (we)
verdienen
jullie
verdienen
zij (ze)
verdienen

voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

ik
heb verdiend
jij/u (je)
hebt verdiend
hij/zij/het
heeft verdiend
wij (we)
hebben verdiend
jullie
hebben verdiend
zij (ze)
hebben verdiend

onvoltooid verleden tijd (ovt)

ik
verdiende
jij/u (je)
verdiende
hij/zij/het
verdiende
wij (we)
verdienden
jullie
verdienden
zij (ze)
verdienden

voltooid verleden tijd (vvt)

ik
had verdiend
jij/u (je)
had verdiend
hij/zij/het
had verdiend
wij (we)
hadden verdiend
jullie
hadden verdiend
zij (ze)
hadden verdiend

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

ik
zal verdienen
jij/u (je)
zult verdienen
hij/zij/het
zal verdienen
wij (we)
zullen verdienen
jullie
zullen verdienen
zij (ze)
zullen verdienen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

ik
zal verdiend hebben
jij/u (je)
zult verdiend hebben
hij/zij/het
zal verdiend hebben
wij (we)
zullen verdiend hebben
jullie
zullen verdiend hebben
zij (ze)
zullen verdiend hebben

Vind de meest gebruikte werkwoorden in Nederlands.