Werkwoord "overweldigen" - Nederlandse werkwoorden

Conjugation of have (Export PDF)

nederlandsWerkwoord "overweldigen"

infinitief
nederlands
  • overweldigen
onvoltooid verleden tijd
nederlands
  • overweldigde
voltooid deelwoord
nederlands
  • overweldigd

Aantonende wijs

onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

ik
overweldig
jij/u (je)
overweldigt
hij/zij/het
overweldigt
wij (we)
overweldigen
jullie
overweldigen
zij (ze)
overweldigen

voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

ik
heb overweldigd
jij/u (je)
hebt overweldigd
hij/zij/het
heeft overweldigd
wij (we)
hebben overweldigd
jullie
hebben overweldigd
zij (ze)
hebben overweldigd

onvoltooid verleden tijd (ovt)

ik
overweldigde
jij/u (je)
overweldigde
hij/zij/het
overweldigde
wij (we)
overweldigden
jullie
overweldigden
zij (ze)
overweldigden

voltooid verleden tijd (vvt)

ik
had overweldigd
jij/u (je)
had overweldigd
hij/zij/het
had overweldigd
wij (we)
hadden overweldigd
jullie
hadden overweldigd
zij (ze)
hadden overweldigd

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

ik
zal overweldigen
jij/u (je)
zult overweldigen
hij/zij/het
zal overweldigen
wij (we)
zullen overweldigen
jullie
zullen overweldigen
zij (ze)
zullen overweldigen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

ik
zal overweldigd hebben
jij/u (je)
zult overweldigd hebben
hij/zij/het
zal overweldigd hebben
wij (we)
zullen overweldigd hebben
jullie
zullen overweldigd hebben
zij (ze)
zullen overweldigd hebben

Vind de meest gebruikte werkwoorden in Nederlands.