Werkwoord "bevorderen" - Nederlandse werkwoorden

Conjugation of have (Export PDF)

nederlandsWerkwoord "bevorderen"

infinitief
nederlands
  • bevorderen
onvoltooid verleden tijd
nederlands
  • bevorderde
voltooid deelwoord
nederlands
  • bevorderd

Aantonende wijs

onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

ik
bevorder
jij/u (je)
bevordert
hij/zij/het
bevordert
wij (we)
bevorderen
jullie
bevorderen
zij (ze)
bevorderen

voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

ik
heb bevorderd
jij/u (je)
hebt bevorderd
hij/zij/het
heeft bevorderd
wij (we)
hebben bevorderd
jullie
hebben bevorderd
zij (ze)
hebben bevorderd

onvoltooid verleden tijd (ovt)

ik
bevorderde
jij/u (je)
bevorderde
hij/zij/het
bevorderde
wij (we)
bevorderden
jullie
bevorderden
zij (ze)
bevorderden

voltooid verleden tijd (vvt)

ik
had bevorderd
jij/u (je)
had bevorderd
hij/zij/het
had bevorderd
wij (we)
hadden bevorderd
jullie
hadden bevorderd
zij (ze)
hadden bevorderd

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

ik
zal bevorderen
jij/u (je)
zult bevorderen
hij/zij/het
zal bevorderen
wij (we)
zullen bevorderen
jullie
zullen bevorderen
zij (ze)
zullen bevorderen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

ik
zal bevorderd hebben
jij/u (je)
zult bevorderd hebben
hij/zij/het
zal bevorderd hebben
wij (we)
zullen bevorderd hebben
jullie
zullen bevorderd hebben
zij (ze)
zullen bevorderd hebben

Vind de meest gebruikte werkwoorden in Nederlands.