Grieks | Uitdrukkingen - Reizen | Datum en Tijd

Datum en Tijd - Klokkijken

Która godzina?
Τι ώρα είναι; (Ti óra íne?)
Vragen hoe laat het is
Jest ___.
Έίναι ___. (Íne ___.)
Klokkijken
... ósma.
...οκτώ ακριβώς. (...ohtó akrivós.)
heel uur
... wpół do dziewiątej.
...οκτώ και μισή. (...ohtó ke mísi.)
half uur na het hele uur
... piętnaście/kwadrans po ósmej.
...οκτώ και τέταρτο. (...ohtó ke tétarto.)
kwartier over het hele uur
... za piętnaście/kwadrans ósma.
... οκτώ παρά τέταρτο. (ohtó pará tétarto.)
kwartier voor het hele uur

Datum en Tijd - Tijd

Kiedy?
Πότε; (Póte?)
Om de precieze tijd en datum vragen
teraz
τώρα (tóra)
Op dit moment
wkrótce
σύντομα (síntoma)
Binnen korte tijd
później
αργότερα (argótera)
Over ongedefinieerde langere tijd
rok temu
πριν ένα χρόνο (prin éna hróno)
Tijd met als uitgangspunt de dag van vandaag
w zeszłym miesiącu
τον περασμένο μήνα (ton perasméno mína)
Tijd met als uitgangspunt de dag van vandaag
w zeszłym tygodniu
την περασμένη εβδομάδα (tin perasméni evdomáda)
Tijd met als uitgangspunt de dag van vandaag
wczoraj
εχθές (ehthés)
Tijd met als uitgangspunt de dag van vandaag
dzisiaj
σήμερα (símera)
Tijd met als uitgangspunt de dag van vandaag
jutro
αύριο (ávrio)
Tijd met als uitgangspunt de dag van vandaag
w przyszłym tygodniu
την επόμενη εβδομάδα (tin epómeni efdomáda)
Tijd met als uitgangspunt de dag van vandaag
w przyszłym roku
του χρόνου (tu hrónu)
Tijd met als uitgangspunt de dag van vandaag
sekunda (sekund(y))
δευτερόλεπτο(α) (depterólepto/a)
Tijdseenheid
minuta (minut(y))
λεπτό(α) (leptó/á)
Tijdseenheid
godzina (godzin(y))
ώρα(ες) (óra/es)
Tijdseenheid
dzień (dni)
μέρα(ες) (méra/es)
Tijdseenheid
tydzień (tygodni(e))
εβδομάδα(ες) (ebdomáda/es)
Tijdseenheid
miesiąc (miesiące/miesięcy)
μήνας(ες) (mínas/es)
Tijdseenheid
rok (lat(a))
χρόνος(νια) (hrónos/ya)
Tijdseenheid
świt
ανατολή ηλίου (anatolí ílyu)
Moment van de dag
rano
πρωί (proí)
Moment van de dag
południe
μεσημέρι (mesiméri)
Moment van de dag
popołudnie
απόγευμα (apógefma)
Moment van de dag
wieczór
βράδυ (vrádi)
Moment van de dag
zmierzch
ηλιοβασίλεμα (iliovasílema)
Moment van de dag
noc
νύχτα (níhta)
Moment van de dag
północ
μεσάνυχτα (mesánihta)
Moment van de dag

Datum en Tijd - Dagen van de week

poniedziałek
Δευτέρα (Deftéra)
Dag van de week
wtorek
Τρίτη (Tríti)
Dag van de week
środa
Τετάρτη (Tetárti)
Dag van de week
czwartek
Πέμπτη (Pémpti)
Dag van de week
piątek
Παρασκευή (Paraskeví)
Dag van de week
sobota
Σάββατο (Sábato)
Dag van de week
niedziela
Κυριακή (Kiriakí)
Dag van de week

Datum en Tijd - Seizoenen

wiosna
άνοιξη (ánixi)
Jaargetijde
lato
καλοκαίρι (kalokéri)
Jaargetijde
jesień
φθινόπωρο (fthinóporo)
Jaargetijde
zima
χειμώνας (himónas)
Jaargetijde