Nederlands-Engels vertaling voor "faillissement"
"faillissement" Engelse vertaling
faillissement {zelfstandig naamwoord}
faillissement {het} (ook: flop, mislukking, sof, debâcle)
Laten wij echter niet vergeten dat ook de Topbijeenkomst van Barcelona als een succes werd begroet, terwijl wij nu het faillissement...
faillissement {het} [fin.] (ook: faling, bankroet, failliet, krach)
Wij hebben wat problemen gehad met de amendementen over liquidatie en faillissement.
Het draaide afgelopen najaar uit op een faillissement omdat ze gehackt werden.
En goede economen weten dat dit op termijn op faillissement uitdraait.
Andere staan aan de rand van het faillissement - en wat krijgen wij als antwoord te horen?
Een faillissement van een onderneming helpt de overige spelers in de sector.
Voorbeeldzinnen
Voorbeeldzinnen voor "faillissement" in het Engels
Ik heb kritiek op diegenen die in een faillissement de goedkoopste oplossing zien als de druk toeneemt -- zonder rekening te houden met de mensen die ze op straat zetten.
Het faillissement van bedrijven die zich in de concurrentiestrijd niet staande kunnen houden, is inherent aan de markteconomie en overigens ook inherent aan de sociale markteconomie.
Briste varkenshouders worden door deze factoren tot faillissement gedreven omdat steeds meer detailhandelaren en supermarkten in het Verenigd Koninkrijk goedkope importproducten inkopen.
Wij steunen eveneens het verzoek dat ondernemingen of personen die wegens een faillissement veroordeeld zijn of tegen wie een proces loopt, van overheidsopdrachten moeten worden uitgesloten.
Ik houd mij uiteraard aan de wens van de Voorzitter het kort te houden, maar op een of twee punten wil ik graag ingaan, met name op het herhaaldelijk genoemde faillissement van Enron.
De staat van oorlog en de oorlogseconomie hebben er onmiskenbaar toe geleid dat de reële crisis in de luchtvaart is verergerd, met als uiterste consequentie het faillissement van Sabena en Swissair.
Vergelijkbare woorden
Faeröers · fagaceae · fagales · fagocytose · fagot · fagus · Fahrenheit · faience · failleren · failliet · faillissement · fair · fakir · fakkel · falen · faling · Falklandeilanden · fallus · fameuze · familiair · familiale