Vraagzinnen

Er zijn twee manieren om vraagzinnen te maken in het Engels. Het is hier van belang of er hulpwerkwoorden (to be, to have, to do, can, may, must, will, shall) in de zin staan.

Vraagzinnen met alleen een hoofdwerkwoord

Een Engelse vraagzin wordt gemaakt met behulp van 'to do' en de infinitief als er slechts één werkwoord in de zin staat (hoofdwerkwoord). Afhankelijk van het onderwerp zet je 'do' of 'does' vooraan in de zin.

To walk (lopen) - tegenwoordige tijd To walk - vraagzin
I walk Do I walk?
You walk Do you walk?
He/she/it walks Does he/she/it walk?
We walk Do we walk?
You walk Do we walk?
They walk Do they walk?

Let op: omdat de infinitief (hele werkwoord minus 'to') gebruikt wordt verliest het hoofdwerkwoord de -s bij de derde persoon enkelvoud. Werkwoorden die op -ch/-sh/-y eindigen hebben geen afwijkende vorm.

Tegenwoordige tijd Vraagzin
He teaches Does he teach?
She finishes Does she finish?
He marries Does he marry?
She carries Does she carry?
Exception (uitzondering): Vraagzinnen met 'to be' wijken af van de standaardregels. 'To be' kan namelijk zowel als hoofdwerkwoord en als hulpwerkwoord voorkomen. Als 'to be' het hoofdwerkwoord is plaats je dit werkwoord vooraan in de in om er een vraagzin van te maken.
Tegenwoordige tijd Vraagzin
I am here Am I here?
You are ill Are you ill?
He/she/it is busy Is he/she/it busy?
We are lost Are we lost?
You are mean Are you mean?
They are football fans Are they football fans?

Vraagzinnen met een hulpwerkwoord

Een Engelse zin kan ook twee werkwoorden hebben, een hoofdwerkwoord en een hulpwerkwoord (to be, to have, to do, can, may, must, will, shall).

Om van een zin met een hulpwerkwoord een vraagzin te maken zet je in plaats van 'do' en 'does' het hulpwerkwoord vooraan in de zin.
Tegenwoordige tijd Vraagzin
I can see you Can I see you?
You must dance Must you dance?
He/she/it could help Could he/she/it help?
We can host Can we host?
You may leave May you leave?
They must go Must they go?

Present Continuous en Present Perfect

Tot dusver hebben we alleen de present simple gebruikt. De present continuous en present perfect volgen echter dezelfde regels. De hulpwerkwoorden 'to be' en 'to have' worden vooraan de zin geplaatst om van de present continuous en present perfect een vraagzin te maken, net als de andere hulpwerkwoorden.

Present Continuous Vraagzin
I am working Am I working?
You are riding a horse Are you riding a horse?
She is knitting a shawl Is she knitting a shawl?
Mom and I are travelling Are mom and I travelling?
You are partying all night Are you partying all night?
Tom and Jerry are always fighting Are Tom and Jerry always fighting?
Present Perfect Simple Vraagzin
I have washed your clothes Have I washed your clothes?
You have painted the wall Have you painted the wall?
She has done her homework Has she done her homework?
We have waited for you Have we waited for you?
You have kissed each other Have you kissed each other?
They have danced the tango Have they danced the tango?
Present Perfect Continuous Vraagzin
I have been calling daily Have I been calling daily?
You have been writing a book Have you been writing a book?
He has been cleaning his room Has he been cleaning his room?
We have been dancing till morning Have we been dancing till morning?
You have been jumping the fences Have you been jumping the fences?
They have been washing the clothes Have they been washing the clothes?

Verleden tijd en toekomende tijd

De verleden tijd werkt precies hetzelfde als de tegenwoordige tijd. De enige afwijkende vorm is de past simple, waar in plaats van 'do' and 'does' 'did' gebruikt wordt, gevolgd door de infinitief in de tegenwoordige tijd. De andere verleden tijden en alle toekomstige tijden volgen het patroon van de hulpwerkwoorden.

To walk (lopen) - past simple To walk - vraagzin
I walked Did I walk?
You walked Did you walk?
He/she/it walked Did he/she/it walk?
We walked Did we walk?
You walk Did we walk?
They walk Did they walk?