Toekomende tijd (TT) in het Engels

De tegenwoordige tijd in het Engels is onder te verdelen in drie verschillende tijden: de future simple, de future continuous en de future perfect continuous.

Future Simple

De future simple wordt gebruikt om aan te geven dat iets in de toekomst zal gebeuren: ik zal lopen, ik zal zitten, ik zal praten. De future simple wordt gevormd door voor de infinitief 'will' of 'shall' toe te voegen. Hoewel 'will' en 'shall' door elkaar gebruikt kunnen worden is 'will' de meest voorkomende tegenwoordige tijd. Let op: in de toekomende tijd is de derde persoon enkelvoud geen uitzondering!

To walk (lopen) To sit (zitten) To talk (praten)
I will walk I will sit I will talk
You will walk You will sit You will talk
He/she/it will walk He/she/it will sit He/she/it will talk
We will walk We will sit We will talk
You will walk You will sit You will talk
They will walk They will sit They will talk
To drink (drinken) To buy (kopen) To repair (repareren)
I shall drink I shall buy I shall repair
You shall drink You shall buy You shall repair
He/she/it shall drink He/she/it shall buy He/she/it shall repair
We shall drink We shall buy We shall repair
You shall drink You shall buy You shall repair
They shall drink They shall buy They shall repair
Examples (voorbeelden)
  • I will walk to school tomorrow - ik zal morgen naar school lopen
  • He will talk with you tonight - hij zal vanavond met jou praten
  • We shall buy a new jeans on Saturday - wij zullen Zaterdag een nieuwe spijkerbroek kopen
  • They shall repair my car - zij zullen mijn auto repareren.

Future Continuous

De future continuous wordt gebruikt om aan te geven dat iets in de toekomst zal gebeuren en dan enige tijd gaat duren: ik zal aan het werk zijn, ik zal aan het rijden zijn, ik zal aan het feesten zijn. De future continuous wordt gevormd door 'will' en een vorm van to be te combineren met de initiatief + 'ing'. Let op: als de infinitief op een klinker eindigt dan verliest het deze klinker. Zie het voorbeeld to ride (rijden).

De future simple en future continuous worden regelmatig door elkaar gebruikt.

To work (werken) To ride (rijden) To party (feesten)
I will be working I will be riding I will be partying
You will be working You will be riding You will be partying
He/she/it will be working He/she/it will be riding He/she/it will be partying
We will be working We will be riding We will be partying
You will be working You will be riding You will be partying
They will be working They will be riding They will be partying
Examples (voorbeelden)
  • I will be working all night - ik zal de hele nacht aan het werk zijn
  • She will be riding her horse later - zij zal later haar paard berijden
  • We will be partying every day during the holidays - in de vakantie zullen wij elke dag feesten

Future Perfect Continuous

De future perfect continuous wordt gebruikt om iets in de toekomst te beschrijven dat op een bepaald moment bezig zal zijn en nog enige tijd kan duren: ik zal aan het wachten geweest zijn. De future perfect continuous wordt gevormd door 'will have been' te combineren met een inititief + 'ing'. Let op: als de infinitief op een klinker eindigt dan verliest het deze klinker. Zie het voorbeeld to save (sparen).

To wait (wachten) To work (werken) To save (sparen)
I will have been waiting I will have been working I will have been saving
You will have been waiting You will have been working You will have been saving
He/she/it will have been waiting He/she/it will have been working He/she/it will have been saving
We will have been waiting We will have been working We will have been saving
You will have been waiting You will have been working You will have been saving
They will have been waiting They will have been working They will have been saving
Examples (voorbeelden)
  • In ten minutes, I will have been waiting for an hour - over tien minuten ben ik een uur aan het wachten.
  • You will have been working for six hours when you finally get a break - je zal zes uur hebben gewerkt voordat je eindelijk pauze krijgt.
  • They will have been saving for years before they can go on a holiday - zij zullen jarenlang gespaard moeten hebben voordat zij op vakanie kunnen.