Onregelmatige werkwoorden

De meeste Engelse werkwoorden zijn regelmatig. Er bestaan echter ook onregelmatige werkwoorden, die een afwijkende past simple en voltooid deelwoord hebben.

Om van een regelmatig werkwoord de past simple (verleden tijd) en het voltooid deelwoord te maken hoef je alleen maar -d (als het hele werkwoord uitgaat op een klinker) of -ed (als het hele werkwoord uitgaat op een medeklinker) aan de infinitief toe te voegen:
Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To walk (lopen) Walked Walked
To talk (praten) Talked Talked
To save (sparen) Saved Saved
To repair (repareren) Repaired Repaired

Onregelmatige werkwoorden hebben een afwijkende vorm. Je unt ze het beste uit het hoofd leren. Om je daarbij te helpen zijn er een aantal patronen. Onregelmatige werkwoorden zijn wel onregelmatig, maar niet helemaal onvoorspelbaar.

Patroon 1: hele werkwoord, verleden tijd en voltooid deelwoord zijn hetzelfde

Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To broadcast (uitzenden) Broadcast Broadcast

Andere voorbeelden: to hurt (pijn doen), to let (verhuren), to set (plaatsen), to bet (wedden), to shut (dichtdoen), to spit (spugen), to split (splitsen), to cost (kosten), to cut (snijden), to put (zetten), to read (lezen), to hit (slaan)

Patroon 2: verleden tijd en voltooid deelwoord eindigen op -t ipv -ed

Verleden tijd en voltooid deelwoord zijn infinitief +-t
Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To burn (verbranden) Burnt Burnt

Andere voorbeelden: to mean (bedoelen), to spoil (verpesten), to deal (omgaan met), to dream (dromen), to lean (leunen)

Infinitief op -d wordt -t
Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To build (bouwen) Built Built

Andere voorbeelden: to spend (uitgeven), to bend (buigen), to lend (lenen), to send (sturen)

Lange -e wordt korte -e in de verleden tijd en bij het voltooid deelwoord en krijgt ipv -ed alleen -t:
Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To weep (huilen) Wept Wept

Andere voorbeelden: to sleep (slapen), to sweep (vegen)

Werkwoord op dubbele medeklinker verliest een van deze klinkers en krijgt ipv -ed alleen -t
Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To spill (verspillen) Spilt Spilt

Andere voorbeelden: to spell (spellen), to smell (ruiken)

Patroon 3: voltooid deelwoorden die eindigen op een -n

Verleden tijd en voltooid deelwoord krijgen o en eindigen op -n of -en
Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To break (breken) Broke Broken

Andere voorbeelden: to freeze (vriezen), to speak (spreken), to wake (wakker worden), to choose (kiezen), to steal (stelen)

Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To wear (dragen) Wore Worn

Andere voorbeelden: to swear (vloeken), to tear (scheuren)

Uitzonderingen op de uitzonderingen: soms verdubbelt de laatste letter bij het voltooid deelwoord, zoals bij to forget - forgotten (vergeten) en to get - gotten (krijgen)

Verleden tijd krijgt een o, voltooid deelwoord eindigt op -n of -en
Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To drive (rijden) Drove Driven

Andere voorbeelden: to rise (opstaan)

Uitzonderingen op de uitzonderingen: soms verdubbelt de laatste letter bij het voltooid deelwoord, zoals bij to ride - ridden (rijden), to write - written (schrijven)

Verleden tijd krijgt -ew en voltooid deelwordt krijgt -own
Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To blow (blazen) Blew Blown

Andere voorbeelden: to fly (vliegen), to grow (groeien), to know (weten), to throw (gooien), to sow (zaaien), to draw (tekenen)

Andere onregelmatige werkwoorden die een voltooid deelwoord hebben dat uitgaat op een -n
Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To hide (verstoppen) Hid Hidden
To eat (eten) Eat Eaten
To fall (vallen) Fell Fallen
To forbid (verbieden) Forbade Forbidden
To forgive (vergeven) Forgave Forgiven
To give (geven) Gave Given
To see (zien) Saw Seen
To shake (schudden) Shook Shaken
To take (nemen) Took Taken
To beat (slaan) Beat Beaten
To be (zijn) Was/were Been
To show (laten zien) Showed Shown

Patroon 3: veranderende klinkers

Infinitief dat uitgaat op dubbele klinker verliest een van de klinkers in de verleden tijd en bij het voltooid deelwoord
Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To bleed (bloeden) Bled Bled

Andere voorbeelden: to feed (voeden), to meet (ontmoeten), to shoot (schieten), to breed (fokken)

Werkwoord verliest een klinker in de verleden tijd en bij het voltooid deelwoord en krijgt een -t ipv -ed
Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To keep (houden) Kept Kept

Andere voorbeelden: to sleep (slapen), to feel (voelen)

Verandering van klinker, geen -ed
Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To fall (vallen) Fell Fell

Andere voorbeelden: to hang (hangen, -u), to swing (zwaaien, - u), to win (winnen, -o), to sting (steken, - u), to stick (plakken, -u), to sit (zitten, -a), to hold (vasthouden, -e), to get (krijgen, -o), to spin (spinnen, -u) to dig (graven, -u), to bind (binden, -ou), to find (vinden, -ou), to grind (malen, -ou), to wind (blazen, -ou)

Verleden tijd en voltooid deelwoord eindigen op -ought/-aught
Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To bring (brengen) Brought Brought
To teach (kopen) Taught Taught

Andere voorbeelden: to fight (vechten, -ou), to think (denken, -ou), to catch (vangen, -au), to buy (kopen, ou)

Patroon 4: werkwoorden met drie verschillende klinkers

Een werkwoord met een i krijgt een a in de verleden tijd en en u bij het voltooid deelwoord (I -> a -> u)
Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To begin (beginnen) Began Begun

Andere voorbeelden: to swim (zwemmen), to sing (zingen), to sink (zinken), to stink (stinken), to ring (bellen), to run (rennen), to spring (springen), to drink (drinken), to shrink (krimpen)

Patroon 5: verleden tijd en voltooid deelwoord zijn hetzelfde

Werkwoorden die uitgaan op een -d
Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To have (hebben) Had Had
To hear (horen) Heard Heard
To lead (leiden) Led Led
To pay (betalen) Paid Paid
To say (zeggen) Said Said
To stand (staan) Stood Stood
To sell (verkopen) Sold Sold
To tell (vertellen) Told Told
To understand (begrijpen) Understood Understood
Werkwoorden die uitgaan op een -t
Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To leave (verlaten) Left Left
To lose (verliezen) Lost Lot
To bite (bijten) Bit Bit
Andere onregelmatige werkwoorden met dezelfde verleden tijd en voltooid deelwoord
Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To make (maken) Made Made
To strike (slaan) Struck Struck
To shine (schijnen) Shone Shone

Compleet onregelmatig

Hele werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
To go (gaan) Went Gone
To lie (liggen) Lay Lain
To become (worden) Became Become
To come (komen) Came Come