(Hulp)werkwoorden: 'will' en 'would'

Om Engelse zinnen te maken zijn hulpwerkwoorden heel belangrijk. Zonder hulpwerkwoorden kun je maar twee soorten zinnen maken: de tegenwoordige (present simple) en de verleden tijd (past simple):
  • He drinks tea with lemon - Hij drinkt thee met citroen
  • They walked in the park - Zij liepen in het park

De dingen die je hiermee kunt zeggen zijn vrij beperkt. Gelukkig zijn er ook nog hulpwerkwoorden, waarmee je bijvoorbeeld aan kunt geven dat je in de toekomst thee met citroen zal drinken, of dat je net in het park aan het lopen was toen iets gebeurde. Hulpwerkwoorden heb je ook nodig om vraagzinnen te maken, of juist om zinnen te ontkennen. Ten slotte kun je hulpwerkwoorden ook gebruiken om mogelijkheid, verplichting of toestemming uit te drukken.

'Will'

Toekomst

'Will' wordt gebruikt voor verschillende doeleinden. De belangrijkste is om de toekomende tijd te vormen:
  • I will leave in 5 minutes - Ik zal over 5 minuten vertrekken
  • I will be joining you later - Ik zal mij straks bij jullie voegen
Daarnaast zijn er nog veel andere mogelijkheden om 'will' te gebruiken.

Wensen

'Will' kan ook gebruikt worden om wensen uit te drukken:
  • I will be a nurse when I grow up - Ik word later verpleegster
  • We will always stay together - We zullen altijd bij elkaar blijven

Beloften/aanbod/bereidbaarheid

Met 'will' kun je ook een belofte of aanbod doen of laten zien dat je tot iets bereid bent
  • I will bring this book for you tomorrow - Morgen neem ik dit boek voor je mee
  • We will bring you home - Wij zullen je thuis brengen

Voorwaarden

'Will' wordt ook gebracht bij voorwaarden, in combinatie met 'if' en 'unless'.
  • I will bring your book if you bring my DVD - Ik neem je boek mee als je mijn DVD meeneemt
  • I will not use your laptop unless you permit me - Ik zal je laptop niet gebruiken zonder dat je toesteming geeft

'Would'

'Would' is de verleden tijd van 'will'. 'Would' wordt daarom voornamelijk gebruikt voor de verleden tijd. Daarnaast kan het ook gebruikt worden voor hyptheses en als beleefdheidsvorm:
  • My sister would not lend me her dress - Mijn zus wilde mij haar jurk niet lenen
  • Her son would not come with her - Haar zoon kwam niet met haar mee

Hypotheses

  • If I were him, I would... - Als ik hem was, dan zou ik…
  • It would be very impolite to... - Het zou erg onbeleefd zijn om…
  • John would go if you would ask him - John zou gaan als je het hem zou vragen
  • I would ask Peter - Ik zou het aan Peter vragen

Beleefdheidsvorm

In sommige gevallen kunnen 'will' and 'would' ook naast elkaar voorkomen. 'Would' is dan net iets beleefder dan 'will', maar beiden zijn mogelijk. De beleefdheidsvorm is hiervan een voorbeeld:
  • Will you wait here for a minute? - Kun je hier even wachten?
  • Would you mind asking this? - Zou je er bezwaar tegen hebben om dit te vragen?
  • Will you come for coffee tomorrow? - Kom je morgen een kopje koffie drinken?

Vaste constructies

   
Verzoeken would you, would you mind (+-ing), would you mind not (+-ing)
Aanboden/uitnodigingen would you like, would you like to
Wensen uitdrukken I would like, I would like you to..
Voorkeur uitdrukken I would rather..
Mening geven op een beleefde manier I would think, I would imagine, I would guess
  • Would you come with me? - Kom je met mij mee?
  • Would you like to join me? - Zou je het leuk vinden om?
  • I would like a glass of water - Ik zou graag een glas water hebben
  • I would rather go home - Ik zou liever naar huis gaan
  • I would think he would prefer to leave - Ik denk dat hij liever zou gaan
  • I would imagine it is great - Ik denk dat dat geweldig is