(Hulp)werkwoorden: can/could

Om Engelse zinnen te maken zijn hulpwerkwoorden heel belangrijk. Zonder hulpwerkwoorden kun je maar twee soorten zinnen maken: de tegenwoordige (present simple) en de verleden tijd (past simple):
  • He drinks tea with lemon - Hij drinkt thee met citroen
  • They walked in the park - Zij liepen in het park

De dingen die je hiermee kunt zeggen zijn vrij beperkt. Gelukkig zijn er ook nog hulpwerkwoorden, waarmee je bijvoorbeeld aan kunt geven dat je in de toekomst thee met citroen zal drinken, of dat je net in het park aan het lopen was toen iets gebeurde. Hulpwerkwoorden heb je ook nodig om vraagzinnen te maken, of juist om zinnen te ontkennen. Ten slotte kun je hulpwerkwoorden ook gebruiken om mogelijkheid, verplichting of toestemming uit te drukken.

'Can en 'Could'

Mogelijkheid

'Can' en 'could' worden gebruikt om algemene beweringen over mogelijkheid uit te drukken. 'Can' wordt gebruikt voor de tegenwoordige tijd, 'could' voor de verleden tijd:
  • It can be very busy in the mall - Het kan soms erg druk zijn in het winkelcentrum
  • It could be very busy in the mall - Het kon soms erg druk zijn in het winkelcentrum
'Could' kan ook gebruikt worden om een eventuele mogelijkheid in de toekomst uit te drukken.
  • If we don't hurry now, we could miss the train - Als we nu niet opschieten missen we misschien de trein
'Could' kan ook gebruikt worden om aan te geven dat iets mogelijk was, nu of in het verleden:
  • By now she could have finished that phone call - Ze had dat telefoontje nu wel af kunnen hebben
  • He could have come back hours ago - Hij had al urenlang terug kunnen zijn
  • You can make a lot of money at the casino - In het casino kun je een hoop geld verdienen

Onmogelijkheid

'Can' en 'could' kunnen ook gebruikt worden om onmogelijkheid uit te drukken, gecombineerd met de ontkenning 'not':
  • We cannot be late tonight - We kunnen niet te laat komen vanavond
  • We could not stop her - We konden haar niet tegenhouden

Vaardigheden

'Can' en 'could' kunnen ook gebruik worden voor vaardigheden.
  • Tim can speak seven languages fluently - Tim spreekt vloeiend zeven talen
  • My mother cannot cook very well - Mijn moeder kan niet zo goed koken
  • My late grandfather could not sing very well - Mijn overleden opa kon niet zo goed zingen

Toestemming

'Can' en 'could' kunnen gebruikt worden om toestemming te vragen om iets te doen. 'Could' is een iets beleefde vorm van 'can':
  • Can I sit here? - Zou ik hier mogen zitten?
  • Could I try this dress on? - Zou ik deze jurk kunnen passen?
Op dezelfde manier kan er met 'can' en 'could' ook toestemming gegeven of weerhouden worden:
  • You could take the morning off if you like - Je kunt 's ochtends vrij nemen als je wil
  • You cannot just walk in here - Je kunt niet zomaar binnen komen lopen
'Can' kan ook algemene toestemming of weerhouding daarvan uitdrukking:
  • You can travel for free with this card - Je kunt gratis reizen met deze kaart
  • Children cannot go in here - Kinderen kunnen hier niet naar binnen

Verzoeken

Met 'can' en 'could' kun je ook iemand op een beleefde manier vragen om iets te doen:
  • Could I order a cola and a pizza? - Zou ik een cola en een pizza mogen bestellen?
  • Can you ask him to come in? - Zou je/u hem kunnen vragen om binnen te komen?

Uitnodigen en aanbieden

Met 'can' en 'could' kun je ook iemand op een beleefde manier aanbieden om iets te doen.
  • Can I help you? - Kan ik je helpen?
  • Can I make you some tea? - Zal ik thee zetten?
  • I can help you with that - Ik kan je daarmee helpen
  • I can make you some tea - Ik kan thee voor je zetten