Bezittelijke voornaamwoorden

Net als het Nederlands heeft Engels bezittelijke voornaamwoorden. Deze worden gebruikt om aan te geven dat iets of iemand ergens toe behoord.

Er zijn twee soorten bezittelijke voornaamwoorden in het Engels: ze kunnen zowel bijvoegelijk als zelfstandig gebruikt worden. Als een bezittelijk voornaamwoord bijvoegelijk wordt gebruikt komt er nog een zelfstandig naamwoord achter, bij een zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord staat het woord op zichzelf.

Compare (vergelijk):
  • Bijvoegelijk bezittelijk voornaamwoord: That is my book - Dat is mijn boek.
  • Zelfstandig bezittelijk voornaamwoord: That book is mine - Dat boek is van mij.

Bijvoegelijk bezittelijk voornaamwoord

  Engels Nederlands
Eerste persoon enkelvoud My Mijn
Tweede persoon enkelvoud Your Jouw/Uw
Derde persoon enkelvoud His Zijn
Derde persoon enkelvoud Her Haar
Derde persoon enkelvoud Its Zijn/haar
Eerste persoon meervoud Our Onze
Tweede persoon meervoud Your Jullie/uw (meervoud)
Derde persoon meervoud Their Hun
Een bijvoegelijk gebruikt bezittelijk naamwoord zegt iets over het woord dat erop volgt:
  • That is my bike - Dat is mijn fiets (mijn zegt iets over fiets)
  • That is your father - Dat is jouw vader (jouw zegt iets over vader)
  • That is their house - Dat is hun huis (hun zegt iets over huis)

Zelfstandig bezittelijk voornaamwoord

     
Eerste persoon enkelvoud Mine Van mij
Tweede persoon enkelvoud Yours Van jou/van u
Derde persoon enkelvoud His Van hem
Derde persoon enkelvoud Hers Van haar
Eerste persoon meervoud Ours Van ons
Tweede persoon meervoud Yours Van jullie/van u (meervoud)
Derde persoon meervoud Theirs Van hen
Exception (uitzondering):
  • Er bestaat dus géén zelfstandig bezittelijk voornaamwoord 'van het' (it).
  • That horse is mine - Dat paard is van mij
  • That bag is yours - Die tas is van jou
  • Those children are ours - Deze kinderen zijn van ons
  • These books are yours - Deze boeken zijn van jou/jullie/u